Faalangstreductietraining bij AMEC- studiecoaching

4 bijeenkomsten van 1,5 uur op donderdagavond van 18.45 uur tot 20.15 uur. 

 

Data: 23 mei, 30 mei, 6 juni, 13 juni.

 

Locatie: AMEC-studiecoaching, Oostwal 1, Goes.

 

Er is plaats voor maximaal 8 kinderen in de leeftijd van 11 t/m 15 jaar.

 

Kosten: € 89,-  voor de gehele training. 

 

Werkwijze

In deze training gaan kinderen aan de hand van oefeningen aan de slag met verschillende technieken en vaardigheden die hen helpen om te gaan met faalangstige gevoelens. De oefeningen hebben betrekking op het herkennen van gevoelens, lichamelijke reacties van die gevoelens en de invloed van je gedachten op je gedrag. 

 

Tijdens de training

* krijgt uw kind informatie over faalangst.

* leert uw kind de situaties herkennen waarin het bang wordt.

* leert uw kind wat het in die situaties kan doen, bijvoorbeeld ontspanningsoefeningen doen en afleiding zoeken.

* leert uw kind anders over die situaties te denken door erover te praten.

* leert uw kind angstige gedachten en situaties niet te vermijden.

 

Alle kinderen ontvangen een eigen werkboek waarbij ook een aantal (kleine) huiswerkopdrachten hoort.  Tijdens de laatste bijeenkomst 'presenteren' de kinderen aan hun ouder(s) het geleerde.

 

Informatie over faalangst

faalangst komt vaak voor bij kinderen. Veel kinderen hebben er last van op school, met presenteren of bij sporten. Er wordt veel van kinderen gevraagd, niet gek dat faalangst bij veel kinderen voorkomt. Het komt zowel bij jongens als bij meisjes voor. Naar schatting heeft op de basisschool ongeveer 1 op de 10 kinderen last van faalangst. Dat zijn gemiddeld 3 kinderen per klas! Rond eindexamens op de middelbare school, lijkt dat percentage nog hoger. Dan hebben naar schatting zelf 1 op de 5 kinderen last van faalangst.

 

Bij faalangst is een kind bang om te falen. Het woord faalangst zegt het eigenlijk zelf al. De gevolgen kunnen heel vervelend zijn. Je kind kan last hebben van buikpijn, hoofdpijn of wil niet meer naar school. Faalangst is een situatiegebonden angst. Dat wil zeggen dat de angst zich alleen voordoet in bepaalde situaties, zoals op school of bij het sporten. je kind wil bijvoorbeeld niet naar school als hij een spreekbeurt moet geven. Of krijgt 's avonds buikpijn als hij de dag erna een proefwerk, muziekoptreden of spannende sportwedstrijd heeft. Soms heeft een kind erg veel last van de angsten, terwijl het op andere momenten goed functioneert. Faalangst is een angst die altijd gekoppeld is aan een taak. 

 

Als de spanning zo groot is dat een kind slechter presteert dan hij eigenlijk zou kunnen, dan spreken we van negatieve faalangst. De gevolgen van faalangst kunnen heel vervelend zijn. Kinderen krijgen een black-out, lichamelijke klachten of ze doen negatieve ervaringen op. Deze negatieve ervaringen kunnen uiteindelijke leiden tot een negatief zelfbeeld. 

 

Kenmerken van faalangst bij kinderen

Alle kinderen zij  anders en er zijn dan ook verschillende soorten signalen voor faalangst. Vaak komen lichamelijke signalen voor, zoals zweethanden, een rood hoofd krijgen, vlekken in de nek, veel naar de wc moeten, hartkloppingen, hoofdpijn, buikpijn, misselijk zijn, diarree of overgeven.

Naast deze lichamelijke reacties zijn er ook gedragsmatige reacties. Sommige kinderen worden druk, gaan chaotisch te werk, gaan lachen, overdreven doen, de clown uithangen. Terwijl anderen kinderen juist verlegen worden, blokkeren, niks durven te vragen, concentratieproblemen krijgen of een black-out. 

Een veel voorkomend signaal is ook de gevreesde situatie uit de weg gaan. Dus niet meer naar school willen of van een clubje af willen. Of subtiel proberen onder een spreekbeurt uit te komen. Door moeilijke situaties uit de weg te gaan wil een kind gevoelens van angst vermijden. 

Bij faalangst hebben kinderen veel negatieve gedachten over zichzelf. negatieve uitspraken over zichzelf kunnen ook een signaal van faalangst zijn. uitspraken zoals "Het zal me toch niet lukken"of "Ik kan dat niet" of "Ik ben heel slecht in..." of "Doe jij dat maar...ik kan het niet".  

 

Faalangst kan veel verschillende oorzaken hebben
Het lijkt erop dat sommige kinderen gevoeliger zijn voor het ontwikkelen van faalangst dan andere kinderen. Sommige kinderen hebben dus een erfelijke gevoeligheid. Maar ook spelen ervaringen een rol in het wel of niet ontwikkelen van faalangst. Als kinderen veel negatieve ervaringen opdoen, bijvoorbeeld op school, dan is de kans dat ze faalangst ontwikkelen groter. Kinderen met dyslexie hebben bijvoorbeeld vaker faalangst. Ook kinderen die van nature onzeker zijn, hebben meer kans op het ontwikkelen van faalangst. Hiernaast kunnen ook problemen in het gezin of reacties van ouders op prestaties meespelen bij het ontstaat van faalangst. Als door ouders erg gehamerd wordt op resultaten of kinderen het gevoel hebben dat ze perfect moeten zijn, dan kan dat faalangst oproepen. Ook spelen de verwachtingen die ouders van hun kind hebben mee. 

 

Bronnen

http://nji.nl

http://faalangst.nl

http://thuisarts.nl